Erven of schenken?

Eric SpruytWie over een roerend (geld, aandelen, kunst) of onroerend (huizen, appartementen, gronden,) vermogen beschikt en een zekere leeftijd bereikt, zit meestal met de vraag: hoe krijg ik dit vermogen fiscaal zo voordelig mogelijk bij mijn erfgenamen? Intussen reeds meer dan tien jaar geleden werden in Vlaanderen lage schenkingstarieven ingevoerd voor de schenking van roerende goederen. En sinds 1 juli 2015 zijn de tarieven ook fors verlaagd voor de schenking van onroerende goederen. Wat doet men nu het best: zijn vermogen bij leven reeds schenken? Of is toch nog interessant om gewoon te erven en de erfbelasting te ondergaan? We gingen op de koffie bij Eric Spruyt, notaris-vennoot bij Berquin Notarissen te Brussel en tevens professor aan de KU Leuven en de Fiscale Hogeschool.


Naar verluidt wordt er de laatste jaren vaak geschonken? Kan u dit bevestigen?
Notaris Eric Spruyt: “Ik kan dit inderdaad beamen. Van erfenissen wordt wel eens gezegd dat ze te laat komen. Door het feit dat we met z’n allen alsmaar langer leven, is de leeftijd waarop we erven steeds hoger. Wat ons dan toekomt, is een leuk extraatje maar eigenlijk komt het vaak te laat. We hadden dat gratis verkregen vermogen liever eerder in ons leven economisch rendabel ingezet, bv. bij de bouw van onze woning of de opstart van onze zaak. Bovendien heeft een schenking ook vaak een hartverwarmend effect bij de milde weldoener. Het was de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau die ooit treffend schreef: “Quand je paie une dette, c’est un devoir que je remplis. Quand je fais un don, c’est un plaisir que je me donne”. Een schenking kan daarenboven een aardige belastingbesparing opleveren op het vlak van de erfbelasting. Het principe is eenvoudig. De tarieven van de erfbelasting zijn progressief. Ze nemen bijgevolg toe naarmate het nagelaten vermogen groter is. De truc bestaat er bijgevolg in om tijdens het leven het patrimonium maximaal af te romen. De schenking kan hier soelaas brengen. Alles wat men tijdens het leven wegschenkt, behoort niet langer tot het belastbaar actief op het ogenblik van het overlijden.”


Zijn de tarieven van de erfbelasting dan zo hoog?
Notaris Spruyt: “Dat hangt van de familieband tussen de overledene en zijn erfgenamen af. Als de overledene zijn woonplaats in het Vlaams Gewest had, zien de tarieven er thans als volgt uit:

In de rechte lijn en tussen partners (=samenwoners en echtgenoten)

0 tot 50.000 € 3%
50.000 tot 250.000 € 9%
Boven 250.000 € 27%

Opgelet! In Vlaanderen wordt het roerend en onroerend vermogen apart belast in de hierboven vermelde gevallen. Hiermee zal men rekening houden bij de toepassing van deze tarieven.

 

Tussen broers en zussen

0 tot 75.000 € 30%
75.000 tot 125.000 € 55%
Boven 125.000 € 65%

 

Tussen ooms, tantes, neven en nichten en “anderen” (lees: niet-familieleden)

0 tot 75.000 € 45%
75.000 tot 125.000 € 55%
Boven 125.000 € 65%

Wat die “anderen” betreft, zal men er rekening mee houden dat bepaalde instellingen van een laag tarief van 8,5% genieten. Dat is bijvoorbeeld als je via testament je goederen nalaat aan het “goede doel” (VZW, stichting enz.).”

En de schenkbelasting? Wat betaal je als je schenkt?
Notaris Spruyt: “Je moet een onderscheid maken tussen onroerende schenkingen en roerende schenkingen.”

ONROERENDE GOEDEREN

Onroerende goederen zijn in Vlaanderen, lees: als de schenker zijn woonplaats in Vlaanderen heeft (de ligging van het onroerend goed speelt dus in principe geen rol), aanzienlijk verlaagd sinds 1 juli 2015. In het notariaat zien we dan ook een felle opmars de jongste maanden van de onroerende schenking.
De tarieven zien er thans als volgt uit:

TABEL I – Verkrijging in rechte lijn en tussen partners
gedeelte van de schenking
A

schijf in euro

tarief, toepasselijk
op het overeen-
stemmende gedeelte
in kolom A, in %
totaalbedrag van de belasting over de voorgaande gedeelten, in euro
Vanaf Tot en met
0,01 150.000 3
150.000,01 250.000 9 4.500
250.000,01 450.000 18 13.500
450.000,01 27 49.500
TABEL II – Tarief tussen alle anderen personen
gedeelte van de schenking
A

schijf in euro

tarief, toepasselijk
op het overeen-
stemmende gedeelte
in kolom A, in %
totaalbedrag van de belasting over de voorgaande gedeelten, in euro
Vanaf Tot en met
0,01 150.000 10
150.000,01 250.000 20 15.000
250.000,01 450.000 30 35.000
450.000,01 40 95.000

Uiteraard speculeert de Vlaamse overheid hierbij op meeropbrengsten voor zichzelf via het zogenaamde economisch “Laffer”-effect” (een verlaagd tarief zet de belastingplichtige aan tot meer actie en brengt zodoende meer geld in de staatskas). Tegelijk heeft de tariefverlaging tot gevolg dat de schenkende burger minder zwaar belast wordt. Een win-win dus voor overheid en burger.

Is vandaag het schenken van onroerend goed dan fiscaal voordeliger dan erven?
Notaris Spruyt: “In heel veel gevallen is dat inderdaad het geval. Laat me een aantal concrete cijfervoorbeelden geven.

Voorbeeld
Suikertante X bezit een woning met een waarde van € 300.000. Ze heeft neef Y als erfgenaam.
Laat ze de woning via testament aan neef Y na, dan zal deze € 175.000 erfbelasting betalen.
Schenkt tante X bij leven de woning aan neef Y, dan zal deze € 50.000 schenkbelasting betalen.
De schenking levert dus een belastingvoordeel van € 125.000 op!

Maar ook in rechte lijn, van (groot)ouders naar (klein)kinderen, zien we een forse verlaging van het tarief. Waar vroeger bij het bezit van één enkele woning door een ouder de te betalen erfbelasting door het kind nagenoeg dezelfde was als de betalen schenkbelasting, waardoor de noodzaak tot schenking zich niet echt opdrong, is dat thans niet langer het geval en is een schenking voordeliger.

Voorbeeld
Mevr. X, weduwe, is voor de geheelheid in volle eigendom eigenaar van een woning met een waarde van € 300.000. Ze heeft één dochter Y. Als dochter Y de woning erft van moeder, betaalt ze € 33.000 erfbelasting. Als moeder bij leven de woning schenkt aan dochter Y, dient er € 22.500 schenkbelasting betaald te worden. De schenking levert dus een belastingvoordeel van € 10.500 op!

Noteer dat in beide gevallen de schenker zich het vruchtgebruik op de woning kan voorbehouden en zodoende zelf in de woning kan blijven wonen levenslang. Weet ook dat de schenker zelf eventueel de schenkbelasting mag betalen in de plaats van de begiftigde. De fiscus beschouwt dit niet als een bijkomende schenking. De schenkingskosten kunnen met andere woorden belastingvrij geschonken worden.

 

Stel: de ouders hebben maar één onroerend goed, hun eigen gezinswoning. Is het verstandig deze bij leven te schenken aan de kinderen?
Notaris Spruyt: Louter fiscaal gezien zal een schenking thans inderdaad goedkoper zijn dan een vererving met betaling van erfbelasting. Of het opportuun is tot schenking van de gezinswoning over te gaan, moet van geval tot geval beoordeeld worden. Hier ligt een belangrijke rol weggelegd voor de notaris die de kandidaat-schenker met raad en daad zal bijstaan. Soms wordt wel eens gesteld dat de gezinswoning de “oorlogskas” is en dat je die ten allen prijze bij je moet houden. Dat klopt voor een stuk. Stel dat je de gezinswoning later – op hoge leeftijd – moet te gelde maken om naar een serviceflat of rusthuis te vertrekken en het verblijf daar te financieren, dan is het handig dat je volle eigenaar bent gebleven van je eigen woning. Je beslist dan immers helemaal alleen of er verkocht wordt en je strijkt de prijs helemaal op. Als je daarentegen je eigen woning als in blote eigendom hebt geschonken aan je kind(eren), dan heb je zelf enkel nog vruchtgebruik. Dit betekent dat je kind moet akkoord gaan om de woning te verkopen maar vooral dat een flink deel van de verkoopprijs op de rekening van je kind terecht zal komen. Jouw deel in de verkoopprijs overeenstemmend met je vruchtgebruik zal niet zo veel zijn, want de waarde van een vruchtgebruik neemt drastisch af naarmate men ouder wordt. Hiermee zal men dus zeker rekening moeten houden. Maar zoals gezegd. Elk geval is anders. Als de ouders over een mooi pensioen beschikken en/of voldoende kapitaal (spaargeld) achter de hand hebben, dan kan een schenking van de enige woning zeker overwogen worden.”

 

Men hoort wel eens zeggen dat tussen iedere onroerende schenking best drie jaar wordt gelaten en dat tussen je laatste schenking en je dood ook drie jaar verlopen moeten zijn opdat je er fiscaal voordeel kan uithalen. Wat is daar van aan?
Notaris Spruyt:Dat is juist. In het fiscaal jargon spreekt men in dit verband van de regels van het “progessievoorbehoud” . Daaraan is recent niets gewijzigd. Men zal dus ook na 1 juli 2015 in het Vlaams Gewest best geen opeenvolgende onroerende schenkingen tussen dezelfde personen doorvoeren binnen een tijdspanne van drie jaar. Anders wordt de waarde van de eerdere schenking gevoegd bij de waarde van de latere schenking om het schenkingstarief toepasselijk op deze latere schenking te bepalen. Er speelt dus een soort “opduweffect”. En ook bij schenking van een onroerend goed gevolgd door een overlijden binnen de drie jaar van de schenker blijft het progessievoorbehoud spelen in de erfenis van de schenker, althans voor zover in de nalatenschap van de schenker – als deze in rechte lijn of tussen partners wordt vererfd – nog ander onroerend goed overblijft. In dat geval wordt de waarde van het geschonken goed ook fictief bij de waarde van de resterende onroerende goederen in erfenis gevoegd en worden deze hoger belast in de erfbelasting. Blijft er in rechte lijn of tussen partners in de Vlaamse successie nog enkel roerend vermogen over, dan heeft een eerdere schenking van onroerend goed, zelfs bij overlijden van de schenker binnen de drie jaar, geen negatieve fiscale impact. In andere successies dan in rechte lijn of tussen partners, is er steeds een opduweffect.”

ROEREND VERMOGEN

We hebben het nog niet gehad over roerend vermogen (geld, effectenportefeuille, kunst). Is ook hier een schenking bij leven meer aangewezen dan het erven van dergelijke goederen?
Notaris Spruyt:Reeds sinds 1 januari 2004 kennen we in het Vlaams Gewest twee zogenaamde “vlakke” tarieven. Men noemt deze tarieven “vlak” omdat ze niet opklimmen in functie van de hoegrootheid van het geschonken vermogen. Of ik nu 1 euro dan wel 1 miljoen euro schenk, het tarief blijft gelijk. De actuele tarieven bedragen: 3% voor roerende goederen die geschonken worden in rechte lijn en tussen partners en 7% voor roerende schenkingen tussen andere personen.

Het volstaat om deze tarieven te vergelijken met de tarieven van de erfbelasting (zie afdruk hierboven) om meteen te beseffen dat het schenken van roerend vermogen bij leven fiscaal veel interessanter is dan het erven van dergelijk vermogen.

Voorbeeld
Vader is vóóroverleden en moeder bezit op nog een roerend vermogen van € 400.000. Er is één kind.
Stel dat het kind deze som erft van moeder. Er zal dan (in Vlaanderen) in totaal €60.000  aan erfbelasting moeten betaald worden door het kind (€ 50.000 x 3% = € 1.5000 + € 200.000 x 9% = € 18.000 + € 150.000 x 27% = € 40.500).

Stel dat moeder bij leven een geregistreerde schenking doet van de helft van het roerend vermogen. Er moet dan aan schenkbelasting betaald worden: € 6.000 (€ 200.000 x 3%).
Na de schenking blijft er in de erfenis van moeder nog een roerend vermogen van € 200.000. Het kind zal daarop in totaal € 15.000 erfbelasting betalen (€ 50.000 x 3% = € 1.500 + € 150.000 x 9% = € 13.500).

In het scenario van schenking bedraagt de totale fiscale kost dus: € 21.000 (€ 6.000 schenkbelasting + € 15.000 erfbelasting)
De schenking levert dus een belastingvoordeel op van € 39.000  (€ 60.000 – € 21.000).

Voorbeeld
Een kinderloze tante “zit” op een roerend vermogen van € 250.000. Ze heeft een testament klaar liggen waarbij dit vermogen aan haar neef wordt toebedeeld.
Gaat de tante bij leven niet over tot een schenking, dan zal de neef in totaal € 142.500 erfbelasting moeten betalen! (€ 75.000 x 45 % = € 33.750 + € 50.000 x 55% = € 27.500 + € 125.000 x 65% = € 81.250).

Stel dat de tante bij leven een geregistreerde schenking doet van de helft van dit roerend vermogen. Er moet dan aan schenkbelasting betaald worden: € 8.750 (€ 125.000 x 7%).Na de schenking blijft er in de erfenis van de tante nog een roerend vermogen van €125.000. De neef zal daarop in totaal € 61.250 erfbelasting betalen (€ 75.000 x 45 % = € 33.750 + € 50.000 x 55% = € 27.500).

In het scenario van schenking bedraagt de totale fiscale kost dus: € 70.000 (€ 8.750 schenkbelasting + € 61.250 erfbelasting)
De schenking levert dus een belastingvoordeel op van € 72.500.“

En moet er tussen je laatste roerende schenking en je overlijden ook drie jaar verlopen zijn?
Notaris Spruyt: “Niet als je op de roerende schenking de 3% of 7% betaald hebt. Dan heb je op definitieve wijze afgerekend met de fiscus op dat geschonken roerend vermogen. Ook al sterft de schenker binnen de drie jaar na de schenking, de erfbelasting komt dan niet meer in beeld. Opgelet evenwel als je roerend vermogen schenkt zonder betaling van de 3% of 7%. Dit kan via de techniek van de handgift of bankgift (of nog door een beroep te doen op een buitenlandse notaris, vaak een Nederlandse notaris). Als de schenker in dat geval sterft binnen de drie jaar, dan moet de begiftigde op het geschonken roerend vermogen toch nog erfbelasting betalen. De Belgische fiscus gaat er dan fictief van uit dat het geschonken roerend vermogen toch nog in de erfenis is. Dat noemt men een “fictiebepaling”. Aan die erfbelasting kan men na het doen van een dergelijke belastingvrije schenking toch nog ontsnappen door spontaan een document op te stellen en dit vrijwillig op een registratiekantoor aan te bieden en bij die gelegenheid de 3% of 7% te voldoen. Dit gebeurt wel eens als de schenker terminaal ziek wordt en de drie jaar nog niet is verstreken. Door nog snel de schenkbelasting te betalen kan men dan aan de hogere erfbelasting ontsnappen. Valt de schenker in de drie jaar na de belastingvrije roerende schenking echter plots dood, kan dan hij niets meer ondernemen en loert de hogere erfbelasting om de hoek.”

Schenken, betekent wel “zich uitkleden voor het slapengaan”. Niet elke burger staat hiervoor te trappelen.
Notaris Spruyt:Dat klopt. Men moet met een schenking dan ook zeer voorzichtig omspringen. De notaris is er om hierover te waken en de burger tegen zichzelf te beschermen. De notaris zal de schenker goed inlichten over alle gevolgen van een schenking. Hij zal benadrukken dat schenkingen in principe onherroepelijk zijn, behalve deze die tussen echtgenoten plaatsvinden. Hier schuilt dus een belangrijk verschil met het testament, dat wel steeds herroepbaar is. De schenking moet dus een weloverdachte daad zijn en de schenker moet er zich comfortabel bij voelen. Anderzijds moet de schenker ook weten dat er tal van beschermingsmechanismen bestaan die in zijn voordeel in de notariële schenkingsakte kunnen ingebouwd worden. Een vaak gebruikt mechanisme is dat van het inkomstenbehoud op het geschonken goed. Dit kan door te schenken met voorbehoud van vruchtgebruik.”

 

There is one comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s