Mariline Lesoil, 36 jaar griffier van de Kamer van Brussel

Tot twee keer toe werd haar werk op de griffie haar bijna fataal. ‘Maar ze zullen mij hier niet kleinkrijgen’, lacht Mariline Lesoil. Na 36 jaar op de Kamer van Brussel zegt ze het notariaat vaarwel. Een periode vol goede herinneringen, iets wat het afscheid des te zwaarder maakt.

‘Een interview met mij in Notarius? Wat een eer!’, antwoordt Mariline wanneer ik het haar voorstel. ‘Straks denk ik nog dat ik belangrijk ben.’ En dat is ze ook! Zeker en vast voor alle notarissen van het Brusselse Genootschap die zij de afgelopen 36 jaar op de een of andere manier geholpen heeft.

We ontmoeten elkaar een week voor ze officieel met pensioen gaat. En daar ziet ze toch een beetje tegenop. ‘Ik heb schrik dat ik mij ga vervelen. In die zin dat ik geen goesting ga hebben om dingen te doen omdat ik mijn job mis. Nu sta ik elke ochtend gemotiveerd op om te gaan werken. Ik vrees dat dat vanaf volgende week niet meer het geval zal zijn. Ik zal alles op het gemak doen, zodat ik tegen de middag nog geen klop gedaan heb (lacht).’

Wat zul je dan het meest missen?
‘Mijn werk in het algemeen, de mensen met wie ik heb samengewerkt, de gezelligheid, de vriendelijkheid van de Kamerleden. Vooral met de meisjes van de notariële verkoop had ik een goed contact. Daar ging ik ’s middags altijd mijn bokes opeten. Maar ook iedereen in het notarishuis die ik al jaar en dag ken, zoals Alma, Viviane, Carine … Eigenlijk de sociale contacten in het algemeen.’

Heb je in al die jaren dan nooit overwogen om van job te veranderen?
‘Nee, nooit! Natuurlijk zijn er ook minder leuke periodes geweest. Periodes waarin de ambiance door omstandigheden minder goed was. Maar dat is altijd opgelost geraakt door erover te praten. Ik heb nooit overwogen om weg te gaan. In mijn privéleven heb ik veel tegenslag gekend, maar ik heb mij altijd aan mijn werk opgetrokken. Ik ben altijd met evenveel plezier komen werken. Ik had mij geen betere job kunnen wensen. Dat is hier mijn tweede thuis. Het notariaat is een beetje familie geworden, mijn notariële familie.’

Waarom deed je het zo graag?
‘Omdat het werk zeer afwisselend is. Het is niet van ’s morgens tot ’s avonds gegevens intikken of aan de band staan. Er is van alles te doen: er zijn tuchtdossiers op te volgen, pv’s na te lezen, vergaderingen te organiseren…. Dat maakt het niet altijd even gemakkelijk, maar dat maakt het wél interessant. En vooral de sociale contacten met allerlei mensen, notarissen en particulieren, maken het boeiend.
In de Kamer van Brussel zijn we met twee griffiers. De werksfeer was steeds opperbest. Er was geen onderlinge concurrentie of jaloezie. De eerste dertig jaar heb ik samengewerkt met Hilda Van Rompaey. Wij waren net twee zussen, twee handen op een buik. Als je zo lang met iemand samenwerkt, dan ken je elkaar van binnen en van buiten. Je weet op voorhand hoe de ander zal reageren, hoe je de dingen moet zeggen of net niet… (lacht). Ik heb Hilda heel hard gemist toen ze wegging. Gelukkig hebben we nog veel contact. Nu werk ik samen met Isabelle en mijn vervangster Cathy en dat gaat ook heel goed.’

Dan is mijn volgende vraag, die over de minder positieve kanten van de job, waarschijnlijk overbodig? ‘Voor mij zijn er geen andere dan leuke kanten’, lacht Mariline verontschuldigend. ‘Ik voel mij daar zo op mijn gemak, dat het een tweede thuis geworden is. De leden van de Kamer zijn bijna vrienden geworden’.

Wat is er jou vooral bijgebleven van die afgelopen 36 jaar? Wat heeft je geraakt?
‘Die fantastische recepties die ze georganiseerd hebben toen ik 25, 30 en 35 jaar in dienst was. Dat was telkens een complete verrassing! Ik kreeg een medaille opgespeld in aanwezigheid van mijn familie en de Kamerleden. Ik kreeg zoveel erkentelijkheid dat ik me afvroeg: waaraan heb ik dat verdiend? Ik heb toch maar gewoon mijn job gedaan? Dat heeft mij toen erg gepakt.
Ook toen ik in november 2010 tot hoofdgriffier benoemd werd, was ik zwaar geëmotioneerd. Ik werd tijdens de Algemene Vergadering binnengeroepen en letterlijk en figuurlijk in de bloemen gezet. Drie verkoopzalen vol notarissen, meer dan 200 leden die voor jou applaudisseren… daar was ik even niet goed van. Ik wist niet wat me overkwam (lacht).’

‘Een minder leuke herinnering heb ik aan de grote verbouwingen in 2000. Werklui waren volop bezig op de verdieping boven de onze. Ons koffiemachine stond toen op een tafeltje in de hoek van het kantoor. Ik was koffie aan het zetten, toen mijn telefoon rinkelde. Ik liep naar mijn bureau om op te nemen en plots viel er een grote betonnen blok door het plafond, rakelings langs mij, naar beneden. Dat gaf een enorme klap en heel de griffie onder het stof. Dat was de schrik én het geluk van mijn leven! Had ik me niet omgedraaid om de telefoon op te nemen, dan was ik eraan geweest!

Een tweede keer dat ik er bijna aan was, was in 2009 met de brand in de ondergrondse parking. Alles zat toen onder het roet en stof. Een speciale firma kwam alles opkuisen, ook onze kantoren. Boven ons bureau hing er toen een grote lamp. Alles werd mooi gepoetst, alles was in orde. De volgende dag zat ik aan mijn bureau en boog ik me voorover om een dossier op het bureau van de collega rechtover mij te leggen. En op het moment dat ik mij terug neerzette, viel die lamp naar beneden! Opnieuw een haar naast mijn hoofd!

Ja, achteraf hebben we daar goed mee gelachen… Ze willen mij dood, maar ze zullen mij hier niet klein krijgen hoor. Onkruid vergaat niet (lacht)!’

Heb je het notariaat veel zien veranderen in de loop der jaren?
‘Ja toch wel. Het is mij opgevallen dat er in al die jaren veel vrouwen zijn bijgekomen in het notariaat, als notaris, als associé, terwijl je ze in het begin op één hand kon tellen. Toen notaris Liliane Panneels in 2009 in Brussel voorzitter werd, was dat een première. Er waren al weinig vrouwen in het notariaat, laat staan dat ze tien jaar anciënniteit hadden om voorzitter te mogen worden!’

En qua manier van werken?
‘Ik heb de intrede van de computer meegemaakt. In het begin werkten we met een typmachine waar je af en toe met een beitel en hamer op moest kloppen (lacht). Daarna was er de elektrische typemachine, met bollekes, niet met lintjes. En daarna de computer die de helft van je bureau innam (lacht).’

Heb je die veranderingen goed verteerd?
Dat heeft me van tijd tot tijd wel eens een grijs haar gekost en wat gevloek, maar dat is goed meegevallen. Indertijd ging alles nog per brief met carbonpapier. Als je ernaast typte, dan kon je helemaal opnieuw beginnen! Nu ga je gewoon achteruit met je pijltje (lacht).’

Heb je nog een leuke anekdote?‘Helemaal in het begin van mijn loopbaan werd ik voor de eerste keer uitgenodigd op het banket na de Algemene Vergadering. Dat was een chique bedoening: de heren in smoking, de dames in het lang. Ik was dan ook danig onder de indruk en wat onwennig. Maar ik werd goed opgevangen door wijlen notaris Pierre Garde die mij ‘vaderlijk’ voorstelde aan iedereen die hem kwam begroeten. Ik dacht, vermits er alleen notarissen aanwezig zijn, kan ik niets verkeerd zeggen door iedereen te begroeten met: goede avond Meester, aangenaam. Zo gezegd, zo gedaan. Op een bepaald moment komt er een heel deftige heer op ons toegestapt en notaris Garde begroet hem met ‘Cher ami, comment allez-vous? Venez que je vous présente notre petite dernière’. Ik antwoord, met mijn mooiste glimlach : ‘Bonsoir Maître, enchantée.’ Eerst begreep ik de geamuseerde blikken van de heren niet goed… tot bleek dat het ging om de Maître…d’hôtel! Mijn zelfvertrouwen kreeg ik toen een flinke deuk. Gelukkig heb ik dat in de jaren nadien terug kunnen opkrikken!’

Ondanks je angst voor je pensioen, heb je al plannen gemaakt?
‘Toch wel. Ik heb een groot huis met een grote tuin die ik eens serieus onder handen wil nemen. Dagelijks met mijn hondje gaan wandelen, mijn papegaai verzorgen, … Bovendien komt mijn moeder van 89 bij mij wonen. Met haar zal ik wel geregeld op stap gaan. Net als met de buren, de vriendinnen van de aqua-gym en de oud-collega’s. Onder andere naar Brussel, en dan spring ik zeker eens in het notarishuis binnen (lacht). Ook de kleinkinderen kunnen nu wat vaker komen logeren. Ik heb zoveel jaren voor mijn notariële familie gezorgd, nu is het tijd om voor mijn bloedfamilie te zorgen!’

Het laatste woord
‘Ik wil graag alle notarissen, kandidaat-notarissen, erenotarissen en collega’s waarmee ik heb mogen samenwerken bedanken! Ik ben zo dankbaar voor alles wat ik heb mogen meemaken tijdens die 36 jaar. Ik heb ontzettend graag voor en met jullie gewerkt, jullie zijn mijn tweede familie geworden. Dat maakt het afscheid des te moeilijker. Maar geloof me, uit het oog, is niet uit het hart!’


Tekst: Bo Bogaert – Foto’s: Lies Engelen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s