Tijdcapsule. Peter de Caluwe, directeur van De Munt, over zijn nalatenschap.

Wat wil u doorgeven aan wie na u komt? Welke objecten zijn van onschatbare betekenis of waarde en zou u willen vrijwaren van de vergetelheid? Welke voorwerpen definiëren wie u bent? Notarius vroeg Peter de Caluwe vijf objecten te selecteren om in een tijdcapsule te stoppen voor de volgende generatie.

“Ik ben nooit tevreden als ik krijg wat ik verwachtte”

Met opgeheven kop – kraaiensklaar – waakt een trotse haan boven op de ingangspoort van villa Chantecler. Wat ooit het hoofdgebouw was in een lusthof in de rand van Dendermonde, is vijf jaar geleden van de slopershamer gered door De Munt-directeur Peter de Caluwe en zijn echtgenoot Dirk. Geen betere plek om te praten over weerloze dingen van onschatbare waarde. Notarius neemt plaats onder de bloeiende tulpenboom in de meticuleus onderhouden tuin.

Om puur praktische redenen begint het gesprek niet gemakkelijk: het eerste van de vijf voorwerpen die Peter de Caluwe in de tijdcapsule wil borgen, is villa Chantecler zelf. Gelukkig voor de fotograaf is er het gelijknamige boek van het toneelstuk uit 1910 van Edmond Rostand, waarnaar het huis is vernoemd. ‘Weet je, deze woning is een ijkpunt in mijn leven. In ons leven. Exact op deze dag twee jaar geleden zijn Dirk en ik getrouwd. Omwille van Chantecler. We zijn al 34 jaar samen, maar dit huis is ons engagement. Als je nadenkt over relaties en vriendschappen… Op een bepaald moment besluit je om alles te delen. Zolang je dat niet doet, heb je het gevoel dat je altijd weg kunt. Vijf jaar geleden hebben Dirk en ik dit huis gekocht. Voor elkaar, maar ook omdat we het willen beschermen voor het nageslacht. Het was de eerste keer dat ik met notarissen te maken kreeg. Er moest zoveel geregeld worden, dat de notaris op een gegeven moment zei: “Jongens, jullie moeten eens stoppen met altijd langs te komen. Als jullie trouwen is alles geregeld.” Dat was voor ons een eye opener.

‘Mijn Goethiaanse leerjaren zijn achter de rug, heb ik het gevoel. Ik bedoel: Goethe was heel erg bezig met Werdegang – dat gevoel dat je permanent moet leren, dat je altijd onderweg moet zijn om te leren, dat je moet lezen om te leren, mensen moet ontmoeten om te leren… Op een bepaald moment kom je toch tot een punt van consolidatie. Voor mij is dat punt dit huis. Hier heb ik besloten: ik ga niet langer zoeken. Nooit had ik gedacht dat ik terug ging wonen waar ik ben opgegroeid, maar nu lijkt het toch logisch, organisch. Dat heeft niets te maken met roots, ook al ben ik hier geboren. Mijn roots zijn veel ruimer. Ik hang niet vast aan de grond hier.

‘Meteen ben ik op zoek gegaan naar de geschiedenis van het huis. Wie heeft hier gewoond? Hoe is het gebouwd? Tijdens beide wereldoorlogen is het bezet geweest. Zowel Duitsers als Engelsen hebben hier hun toevlucht genomen. Oorspronkelijk was dit een domein dat ver doorliep, een soort lusthof waar de stadsmensen op zondag naar toe kwamen om te flaneren. Een groot stuk is al verkaveld, maar wij dachten: wat rest moeten we hebben, dit mag niet verdwijnen.’

‘Het is toch fantastisch dat je kan wonen in een huis dat al gedeeld is door andere mensen? Met mijn repertoire is dat hetzelfde. Waarom doe je opera vandaag? Dat doe je om dingen die overgeleverd zijn een vertaalslag te geven. In hoeverre kun je dat als opera-intendant doen? In grote mate. De keuze van het repertoire, de keuze van de artiesten en de sociale contextualisering. Ik denk dat dat heel belangrijk is. Vroeger was ik daar minder zelfverzekerd over, maar nu merk ik dat ik toch een eigen signatuur heb. Ik kies voor iets wat maatschappelijk relevant probeert te zijn. En nee, niet alle collega’s denken zo. Velen denken: we moeten Jonas Kaufmann (populaire Duitse tenor, nvdr) hebben. Mijn keuze is risicovoller, zeker. Maar wat is de essentie van risico? Dat je zelf ook telkens weer verrast wordt. Ik ben het minst tevreden als ik krijg wat ik verwacht had.’

Dit boek heb ik net opnieuw laten inbinden. Het was compleet uit elkaar aan het vallen. Kijk, het opent nog een beetje moeilijk. Maar De wereld der muziek was mijn bijbel. Mijn moeder had het in 1958 gewonnen toen ze had deelgenomen aan Ontdek de Ster – een programma dat je kan vergelijken met de Voice van Vlaanderen nu. Ik heb dat boek compleet van buiten geleerd. Het was lange tijd mijn referentie voor alles wat met muziek te maken heeft. Wat ik als tiener wist over Der Ring des Nibelungen is wat ik hierin gelezen had. Dit boek heeft mijn interesse in muziek aangewakkerd. Als ik hoorde dat een bepaalde symfonie werd gespeeld in D-groot, dan zocht ik meteen op wat dat betekende, D-groot. Als jongeman wou ik dat allemaal weten. Zonder Google.’ (lacht)

‘Mefistofele (opera uit 1868 van de Italiaanse componist Arrigo Boito) was mijn eerste plaat. Met mijn ouders ging ik heel veel naar het theater. Opera interesseerde hen niet zo, dus was het bijna toevallig dat ik opera ontdekte. Ik was 12 jaar en werd meegenomen met mijn ouders naar La forza del destino (De kracht van het noodlot, van Giuseppe Verdi) in Verona. Een wereld ging voor mij open. Een paar jaar later heb ik in Gent Mefistofele gezien, waarna ik deze plaat heb gekocht. Mijn eerste operaplaat. Ik heb een soort collectie van alle opera’s die ik gezien heb, zowel in platen als cd’s of dvd’s, maar vooral in programmaboekjes. Ik heb alle programmaboekjes van de opera’s die ik gezien heb. Dirk zegt geregeld: “Wat ga je daar in godsnaam mee doen? Gooi dat weg.” Nee, voor mij moet dat op een rij staan, als referentie. Zodat ik altijd kan weten: hoeveel keer heb ik nu Don Carlos gezien? Hoeveel keer Aida?’

‘Dit konijn is heel symbolisch. Van kinds af heb ik iets met konijnen. Volgens de Chinese dierenriem ben ik ook een konijn. Een van de bekendste verhalen over konijnen is dat van Peter Rabbit (van Beatrix Potter, nvdr), geschreven in The Lake District – een van mijn favoriete reisbestemmingen. Die Peter Rabbit-figuurtjes lopen altijd. Altijd. Dirk zegt vaak als ik aan het babbelen ben: “Je bent net zo’n Peter Rabbit-konijn met een Duracell-batterij.” En dat is waar: ik heb altijd energie. Wil altijd maar doorgaan. Als ik spreek met vrienden over emoties, merk ik dat de eenvoudigste beelden soms de sterkste zijn. Dat geldt ook voor knuffeldieren: ik heb nog steeds mijn knuffel van toen ik klein was. Let wel: ik slaap daar niet meer mee, hé. (lacht). Maar je gooit dat ook niet weg. Een van de ergste dingen vind ik als je een verloren knuffel op de grond vindt en weet dat er een kindje nu zijn ogen uit weent.’

‘Ik heb nooit piano leren spelen, maar ik heb altijd een fascinatie voor dat instrument gehad. Ik kan noten lezen, maar ik kan de klik niet maken tussen wat er staat en wat mijn handen moeten doen. Ik heb altijd het gevoel gehad dat er in villa Chantecler – in de bibliotheek die we nu aan het construeren zijn – een piano moest komen. Deze piano heb ik gekregen van een van mijn goede vrienden, de kleinzoon van een vorige directeur van De Munt. Hij is nog gebruikt tijdens Elisabethwedstrijden. Het is een Bechstein driekwart vleugelpiano uit 1884. We hebben hem laten stemmen en als er mensen langskomen die kunnen spelen, dan luisteren we graag. Maar elke dag kijkt die piano me aan. Ooit leer ik nog op die piano spelen!


Wie is Peter de Caluwe?

Peter de Caluwe (°1963) is sinds 2007 algemeen directeur van De Munt in Brussel, waar hij halverwege de jaren tachtig zijn loopbaan begon onder de vleugels van Gerard Mortier. Tussen 1989 en 2007 leerde hij het vak van operamanager bij De Nederlandse Opera in Amsterdam.

De Caluwe oogste heel wat lof. Vier jaar na zijn aantreden werd De Munt uitgeroepen tot Operahuis van het Jaar en hijzelf tot President van Opera Europa. Hij werd door het Vlaams Parlement verkozen tot Nederlandstalige Overheidsmanager van het jaar 2012. De Caluwe kreeg lof toegezwaaid omdat hij de kunst verstond om “in zeer moeilijke financiële omstandigheden zijn medewerkers te blijven motiveren en om tezelfdertijd actief werk te maken van een publiek debat”. Met een zelfde gedrevenheid kaartte hij eind 2014 de in zijn ogen onacceptabele besparingen aan die De Munt zouden treffen. De Caluwe sprak van een culturele black-out, waarvoor het Franstalige magazine Lobby hem beloonde met de titel Leader of the Year. Resultaat was dat de voogdijminister van De Munt, Didier Reynders, inbond en De Munt ook de komende jaren ademruimte krijgt.


Tekst: Dirk Remmerie – Foto’s: Thomas De Boever

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s