Afscheid van Lorette Rousseau: de Federatie blijft in goede handen

Het voorzitterschap van Lorette Rousseau liep af op 16 juni, de dag van de algemene vergadering van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat. Een verkort mandaat – drie jaar – maar bijzonder intens als gevolg van de herstructurering van de Federatie en het vertrek van haar algemeen directeur Philippe Six. Intens, maar niet volledig: Lorette Rousseau laat haar opvolger, Erik Van Tricht, enkele grote uitdagingen na. Zelf geeft hij toe dat hij geen grote klinkende prioriteiten heeft. In de eerste plaats is het zijn ambitie om de Federatie na haar herstructurering te consolideren. Daarnaast wil hij ook nog steeds de relatie van het notariaat met zijn “stakeholders” verbeteren. 

Van Tricht - Rousseau2


Hoe kijkt u terug op uw drie jaar voorzitterschap?
Lorette Rousseau: ‘Voor ik voorzitter werd, had men mij gezegd dat er waarschijnlijk zeer moeilijke momenten zouden komen. Ik zeg niet dat die moeilijke momenten er niet zijn geweest, maar uiteindelijk waren het er niet zo veel. Ik zou zelf zeggen dat het aangenaam werken was. Je moet ook weten, en uiteraard is dit zeer belangrijk, dat je als voorzitter steeds kan rekenen op een zeer professioneel team om je te ondersteunen. Je staat nooit alleen!’

Kunt u ons vertellen wat deze moeilijke momenten waren? Kunt u zeggen welke dossiers tijdens uw voorzitterschap voor u het belangrijkste waren en misschien ook de meeste delicate?
LR: ‘Een van de dossiers die onder mijn voorzitterschap effectief afgerond werden, is de volledige herstructurering van de Federatie. Voordien hadden we twee aparte juridische entiteiten, de Federatie en Credoc, de entiteit waar al onze informaticakennis is in ondergebracht. Deze dualiteit had volgens ons niet veel zin. We wilden beide instellingen samenbrengen om er één echte groep van te maken. Je kan je wel voorstellen dat deze toenadering zeer grote inspanningen vereiste en dat we niet over één nacht ijs zijn gegaan. Maar we hebben ons doel bereikt! We hebben eveneens een tweede belangrijke transformatie ondergaan, want, sinds een jaar, werken we zonder directeur-generaal. Al de bevoegdheden verbonden aan deze functie worden uitgeoefend door een uitvoerend comité, bestaande uit de verantwoordelijken van de vier pijlers van onze organisatie: de juridische pijler, de financiële pijler, human resources en informatica. Dit is een niet te onderschatten verandering voor het voorzitterschap. Want in plaats van één nauw contact met één directeur-generaal, sta je permanent in contact met vier personen.’

Wat was de grootste moeilijkheid om de herstructurering van de Federatie tot een goed einde te kunnen brengen? De human resources?
L.R: ‘Dat was in de eerste plaats de uitdaging op menselijk vlak. Deze twee entiteiten vertegenwoordigen namelijk twee zeer verschillende werelden, de juridische enerzijds, en de informaticawereld anderzijds. Het was dus niet vanzelfsprekend om deze twee erg verschillende omgevingen bij elkaar te brengen, maar uiteindelijk ben ik ervan overtuigd dat we de goede formule gevonden hebben. Nu alle emoties achter de rug zijn, blijkt dat deze herstructurering een goede zaak is geweest. We stellen vast dat er veel meer contacten zijn dan voordien tussen de verschillende teams, en dit terwijl ze niet meer in hetzelfde gebouw zitten!’

Om welke reden(en) koos u ervoor om geen nieuwe directeur aan te nemen na het vertrek van Philippe Six?
LR: ‘In tegenstelling tot wat vaak bij andere raden van bestuur het geval is, is onze raad relatief operationeel. Binnen het personeel is er echter geen enkele notaris. De enige notarissen hier zijn de leden van de raad van bestuur. Met deze nieuwe structuur, effectief zonder directeur-generaal, kan een notaris – de voorzitter  – zowel de hoofdverantwoordelijken van de organisatie over belangrijke projecten aan het woord horen en tegelijkertijd in real time een notariële touch aanbrengen. Bijvoorbeeld door te zeggen dat een bepaald idee wellicht goed is, maar in de praktijk, in onze kantoren, niet zou gedijen. Of, anderzijds, door de ontwikkeling aan te moedigen van een project waaraan we als notaris misschien niet meteen gedacht hadden, maar waarvan we onmiddellijk het nut zien.’

Van Tricht - Rousseau 3


Betekende deze nieuwe organisatie, zonder directeur-generaal voor u, als voorzitter, een bijkomende werklast tijdens het laatste jaar van uw mandaat?
LR: ‘Eerlijk gezegd, neen. Ik ben steeds op dinsdag en donderdag blijven komen. Uiteraard kreeg ik vanuit de Federatie ook op andere dagen vragen, maar mijn werkritme hier is er niet door veranderd.’

Twee dagen per week ten dienste van de Federatie, dat is niet niks… Kunnen we hieruit afleiden dat deze functie een aanzienlijke impact heeft gehad op uw werk als notaris, op uw kantoor?
LR: ‘Oh, omdat ik zeg dat de taak van voorzitter neerkomt op een halftijds equivalent, denkt u uiteraard dat ik niet zoveel voor mijn kantoor heb kunnen werken als voordien! Ja, uiteraard was er een impact. Aan het begin van mijn voorzitterschap, waren we met twee notarissen in ons kantoor. Vervolgens besloten we om ons te associëren met een derde notaris, en intussen zijn we met vier, maar dat laatste heeft niets te maken met mijn voorzitterschap. Het was eerder een kans die zich voordeed en die we gegrepen hebben. Wat echter zeker is, is dat de situatie veel moeilijker was geweest als we met twee waren gebleven.’

Van de lopende dossiers die u aan uw opvolger, Erik Van Tricht, zal overmaken, welke zou u willen benadrukken?
LR: ‘Toen ik als voorzitter begon, kondigde ik aan dat een van mijn grootste aandachtspunten erin bestond de interne communicatie te verbeteren. Met andere woorden ik wou de notarissen beter informeren over het reilen en zeilen in huis. Nu, drie jaar later, stel ik zeker enige verbetering vast, maar die is onvoldoende als ik terugkijk naar wat ik in gedachten had. Dit is dus zeker een dossier waar nog verder aan gewerkt zal moeten worden.’

Het ontbrak u aan tijd om ermee verder te gaan?
LR: ‘Wellicht was het tijdsgebrek ja. Er waren immers andere dossiers die prioriteit hadden, maar ik denk ook dat we er nog niet aan uit zijn wat de beste manier van communiceren is. We beschikken nochtans over goede instrumenten, maar die zijn niet voldoende. Nu is de vraag, zullen we ooit alle notarissen op communicatievlak tevreden kunnen stellen? Waarschijnlijk niet, maar ik stel toch vast dat door over bepaalde dossiers grondiger en frequenter te communiceren, we erin geslaagd zijn om enkele van de meest onvermurwbare notarissen te overtuigen van het nut van het werk van de Federatie ten dienste van het beroep. Dit neemt niet weg dat sommigen nog steeds denken dat we te ver verwijderd zitten van de notariële realiteit, wat, volgens mij, niet het geval is. Per slot van rekening worden de beslissingen door de raad van bestuur zelf genomen en die bestaat uitsluitend uit notarissen. Maar ja, we beseffen goed dat de veranderingen in het notariaat net zoals ergens anders dikwijls moeilijker te aanvaarden zijn omdat we moeten wachten om de positieve gevolgen ervan te zien. Het klopt echter ook dat 2014 een zeer zwaar jaar is geweest voor de notarissen, met tal van belangrijke hervormingen, zoals de komst van de elektronische akteregistratie. Dit heeft heel veel inspanningen van hen gevraagd, inspanningen waar zij slechts binnenkort de vruchten van zullen plukken, ook al zijn sommigen daar vandaag nog steeds niet van overtuigd.’

Van Tricht - Rousseau1


Erik Van Tricht, u volgt Lorette Rousseau op. Hoe kijkt u terug op haar balans?
Erik Van Tricht: ‘Ik denk dat Lorette wellicht een beetje te bescheiden is… Het werk dat hier verricht werd en waarbij ik het laatste jaar van haar mandaat betrokken werd, werd door de juiste persoon, op het juiste ogenblik tot een goed einde gebracht. Hiermee bedoel ik dat zij, als voorzitster, erin geslaagd is de Federatie te reorganiseren, een zeer delicate operatie, en dit met een tactgevoel waarvan een voorzitter waarschijnlijk geen blijk had kunnen geven. Een man – ook al mogen we niet veralgemenen – had misschien niet kunnen weerstaan aan de verleiding om druk uit te oefenen, de mensen te doen plooien, waardoor we op korte termijn wellicht niet het uitstekende resultaat hadden behaald waar Lorette wel in geslaagd is.’

Is dit een kwestie van diplomatie?
EVT: ‘Ja, het heeft waarschijnlijk te maken met de manier waarop zij de dingen benadert, haar persoonlijke gevoeligheid. Ander belangrijk aspect, Lorette heeft heel hard achter de schermen gewerkt om de mensen te overtuigen. Ik denk dat ook dat het succes van deze herstructurering verklaart. Weet je, er zijn veel mensen die grootse ideeën naar voren schuiven of belangrijke engagementen aangaan, dat is zeer goed, maar uiteindelijk was het hier de bedoeling om een instelling te hervormen, deze instelling te laten draaien voor haar leden, de notarissen, en tot slot ook voor haar cliënten.’

Wat zullen de prioriteiten van uw mandaat als voorzitter zijn?
EVT: ‘Ik heb geen grote concrete prioriteiten. Zoals Lorette gezegd heeft, heeft de Federatie net een zware reorganisatie achter de rug. Het zou niet slecht zijn als we dit werk de komende jaren kunnen consolideren.  De rol van een voorzitter van de raad van bestuur bestaat er overigens ook in de raad van bestuur en, in de nieuwe structuur van de Federatie, de vergadering van directeurs, het zogenaamde Exco, voor te zitten. Dit betekent concreet dat mijn rol zal zijn om eenheid te creëren tussen de bestuurders en/of de directeurs. Derde punt: de Federatie moet haar relaties met alle “stakeholders” van het notariaat – en dus uiteraard ook met de verschillende overheidsinstellingen (politieke verantwoordelijken, administraties) – consolideren en versterken.’

Bijvoorbeeld?
EVT: ‘Kijken we eens naar wat er enkele maanden geleden in Frankrijk is gebeurd met het wetsontwerp van minister van Economie Macron. Dit wetsontwerp had meer bepaald als doel een aantal gereglementeerde beroepen, waaronder het notariaat, te liberaliseren. Het gaat hier uiteraard om een voorval in Frankrijk, niet in België. Maar ik denk dat de Belgische notarissen er zich niet altijd voldoende van bewust zijn dat ons beroep niet meer beschermd is dan in Frankrijk. We moeten waakzaam blijven. En we moeten eveneens extreem aandachtig zijn voor wat zich op Europees niveau afspeelt.’

Van Tricht - Rousseau 4


Moet er op de Federatie extra personeel worden aangeworven om de Europese dossiers op te volgen?
EVT: ‘Ik ben niet zeker dat dit echt nodig is. Feit is dat de Federatie deel uitmaakt van de Raad van de Notariaten van de Europese Unie (CNUE), een organisatie die nu net als doel heeft het Europees niveau op te volgen. Ik ben er gerust in, temeer omdat het Lorette Rousseau is die de Koninklijke Federatie van het Belgische notariaat binnen de raad van bestuur van de CNUE zal vertegenwoordigen. Het zal dus allemaal zeer vlot verlopen. De informatie zal ons zonder probleem bereiken. Ik wil er overigens op wijzen dat de voorzitter van de Federatie eveneens op de algemene vergaderingen van de CNUE aanwezig is. Maar in ieder geval, ik herhaal het nogmaals, is het onze plicht om de grote Europese dossiers die het notariaat aanbelangen van nabij op te volgen. Temeer omdat heel wat confraters, in hun kantoor, niet beseffen in welke mate Europa aanzienlijke invloed uitoefent op de toekomst van het beroep. Daarom is het de taak van de Federatie om ervoor te zorgen dat de notarissen zich meer bewust worden van de kapitale rol van Europa voor het notariaat.’

Vindt u dat de Europese Commissie een bedreiging vormt, met andere woorden een gevaar is voor het notariaat, en dan specifiek voor het Latijns notariaat?
EVT: ‘Alles hangt ervan af hoe we het begrip gevaar percipiëren. Als we ervan uitgaan dat de huidige situatie zal evolueren en dat dat gevaarlijk is, wel ja, dan kunnen we zeggen dat er een gevaar is. Want natuurlijk zal de situatie evolueren, ons beroep zal quasi zeker moeten evolueren. Maar voor mij is het op dit ogenblik eerder een grote uitdaging dan een gevaar. Het echte gevaar zou zijn om deze uitdaging als gevolg van de invloed en de evoluties die op Europees niveau beslist worden, te negeren. Anderzijds moeten we de Europese instellingen – die toch veel belang hechten aan de belangen van de burgers – kunnen overtuigen van de waarde van de diensten die we de maatschappij en het individu bieden. We zullen ons moeten concentreren op de toekomst van het beroep: ervoor zorgen dat binnen 10/15 jaar, de notariële diensten – die a priori door notarissen verleend worden – nog steeds aan de burger verleend worden en dit ten gunste van de (toekomstige) notarissen, maar vooral ten gunste van onze cliënten.’


Tekst: Michel Gassée – Foto’s: Denis Erroyaux

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s