“Wat je huisdokter is voor je lichaam, is de notaris voor het materiële”

Hoe denken rechtenstudenten over het notariaat? Welk imago heeft de notaris voor hen? En beschouwen ze het notariaat als een modern instituut? Dat zijn maar enkele van de vragen die de NR eerder dit jaar aan een paar honderd rechtenstudenten over heel Vlaanderen stelde, in een groots opgezette enquête. Notarius besprak de resultaten van het onderzoek met Laurence Deltomme (voorzitster van de VLN), Margaux Dewitte (juriste bij de NR en verantwoordelijke voor de enquête) en notaris Peter Verhaegen (voorzitter NR). “We moeten blijvend aantonen dat de notaris een toegevoegde waarde heeft in de maatschappij”.

Margaux Dewitte, Peter Verhaegen en Laurence Deltomme
Margaux Dewitte, Peter Verhaegen en Laurence Deltomme

Het eerste opvallende resultaat is dat 63% van de ondervraagden heeft overwogen om voor het notariaat te kiezen. Meer nog: 39% is er zelfs al mee bezig. Dat lijkt me een aangename vaststelling.
Laurence Deltomme: ‘Als ik mag spreken voor de KULeuven, waar ik zelf heb gestudeerd, dan denk ik niet dat er een tekort is aan interesse voor het beroep. Er zijn meer en meer studenten die voor de MaNaMa Notariaat kiezen. Dat wijst toch op interesse voor de studie en, daaruit volgend, het beroep.’

Laurence Deltomme
Laurence Deltomme

Hoe komt dat?
LD: ‘Ik denk dat het jongere en frissere imago dat de notaris tegenwoordig heeft, daar voor een stuk tussen zit. De filmpjes die de KFBN heeft gemaakt bijvoorbeeld, van Carol Bohyn of van de zusjes Claeys, dat zorgt voor een frisse wind en dat werkt echt.’

Peter Verhaegen: ‘Vroeger was het beroep van notaris bijna een erfelijk beroep. Je moest zoon of dochter zijn van en dan werd je ook notaris. Of, laten we eerlijk zijn, op het juiste moment over de juiste partijkaart beschikken om dan benoemd te geraken. De toegang tot het beroep was vroeger veel geslotener en moeilijker dan vandaag.’

‘Vandaag is het ook nog moeilijk, maar in een ander opzicht. Je moet eerst vijf jaar rechten studeren, dan een jaar notariaat en vervolgens nog eens drie jaar stage lopen. Na bijna tien jaar mag je dan aan het, niet te onderschatten, notarisexamen meedoen. Maar eenmaal je die hindernis overwonnen hebt, ben je bij wijze van spreken, zes maanden later notaris. Of je papa notaris is of welke partijkleur je hebt, speelt dan helemaal geen rol meer.’

LD: ‘Je hebt het nu meer in eigen handen. Het examen is voor iedereen even moeilijk, dus je strijdt eigenlijk met gelijke wapens.’

PV: ‘Precies! Daardoor zijn er veel meer jonge mensen die voor zichzelf kansen en mogelijkheden zien. De cijfers bewijzen het: in Leuven en Brussel zitten er nu honderd studenten in de MaNaMa, in Gent tachtig. Toen ik dertig jaar geleden aan de KUL studeerde, waren we met drieëndertig.’

Is er genoeg plaats voor zoveel volk?
PV: ‘Ja, dankzij de mogelijkheid om te associëren. Dat is nog een reden waarom het beroep aantrekkelijker geworden is. Je staat er niet meer alleen voor. Heel veel jonge mensen kiezen ervoor om in een bestaand kantoor terecht te komen waar een structuur is, waar een management is, waar er personeel is… .’

Een derde van de ondervraagde studenten overweegt het notariaat omdat “de notaris tussenkomt op sleutelmomenten in het leven”. 29% omdat het “een verdieping is van het privaatrecht”. Wat was jullie motivatie?
Op welk domein is de notari het meest acitief?
LD: ‘Bij mij was dat ongeveer hetzelfde. Als je naar de notaris gaat, dan gaat dat over belangrijke dingen in het leven. Je koopt niet vaak een huis, je sluit niet zo vaak een huwelijkscontract af. Ook een erfenis: dat zijn heel belangrijke, persoonlijke zaken die je bespreekt. Daar komt vertrouwen bij kijken. We zien vaak dat de notaris een vertrouwenspersoon is voor de hele familie: complete families gaan bij dezelfde notaris om hun zaken te regelen. Voor mij was dat menselijke contact een belangrijke reden om voor het notariaat te kiezen. Het verhaal dat er achter elk dossier schuilt, maakt het werk heel boeiend. Ook de grote variëteit in het werk vind ik aangenaam: een erfenis is anders dan een huwelijk en een huwelijk is anders dan een verkoop. In elk van die zaken spelen andere emoties. Vreugde en verdriet liggen soms heel dicht bij elkaar in het notariaat (lacht).’

PV: ‘Ik begrijp dat sommige mensen resoluut kiezen voor het notariaat en andere resoluut voor de advocatuur. De balie, dat is altijd een gevecht. Je hebt je cliënt en je verdedigt die, door dik en dun. Ook al schijnt de zon, je houdt pertinent vol dat het aan ’t sneeuwen is (lacht).’

‘In het notariaat is het omgekeerd. Dat gaat veel meer over bemiddelen, over verzoening, over het zoeken naar een oplossing. Want je mag niet vergeten, ook wij komen soms in conflictueuze situaties terecht: een vechtscheiding, een vereffening-verdeling, een nalatenschap die met veel ruzie gepaard gaat, … Voor al die zaken fungeert de notaris als vertrouwenspersoon. Wat de huisdokter is voor je lichaam, is de notaris voor het materiële. Een huisdokter weet veel van je lichaam, een notaris weet veel van je vermogen. Vandaar ook dat er zoiets bestaat als het beroepsgeheim. Dat moet ook. Bij ons in het kantoor komen bijvoorbeeld almaar meer cliënten voor successieplanning, proactief, zonder dat er problemen zijn. Die mensen moeten zich toch voor een goed stuk blootgeven. Je moet hen vragen welke eigendommen ze hebben, hoeveel geld ze hebben, in binnenland en in het buitenland. Zelfs binnen hun familie zijn de meeste mensen daar zeer discreet over. Ik krijg heel dikwijls cliënten over de vloer waarvan ik wel weet hoe hun vermogen in mekaar zit, maar waarvan zelfs de kinderen het niet weten. En die cliënten doen dat omdat ze er gerust in mogen zijn dat ik daar met geen woord over zal reppen, tegen niemand.’

We moeten het ook even over het beruchte vergelijkende examen hebben. Is dat voor sommigen een reden om af te haken?
LD: ‘Voor een bepaalde groep zal dat wel een afschrikkend effect hebben. Niet voor allemaal, maar voor een minderheid. Toch denk ik dat het examen een must is. Een notaris is een openbaar ambtenaar, dat is een moeilijk beroep. Er moet een barrière ingebouwd worden om dat niveau hoog te houden. Stel dat men zou zeggen: doe maar drie jaar stage en je bent notaris…dat kan gewoon niet.’

MD: ‘Als buitenstaander had ik verwacht dat meer studenten zouden pleiten om dat examen gewoon af te schaffen. Maar dat is totaal niet het geval. Nauwelijks 9% pleit daarvoor, dat is eigenlijk heel weinig.’

PV: ‘Hoe je het ook draait of keert, het examen is een kwaliteitsgarantie voor de toekomst. Het afschaffen lijkt mij zeker geen goed idee.’

Van student tot benoeming blijft natuurlijk wel een lange weg. Bijna een kwart van de studenten vindt dat er tijdens de studie meer plaats zou moeten zijn voor de praktijk. Bijna de helft is zelfs van mening dat ze tijdens hun studie onvoldoende voorgelicht zijn over hun beroepsmogelijkheden. Hebben jullie dat ook zo ervaren?
LD: ‘Ik denk dat het algemeen geweten is dat de universiteiten het studietraject behoorlijk theoretisch aanpakken. Het beroep leer je pas als je het doet. Er is een groot verschil tussen theorie en praktijk. Nu goed, als je echt in het beroep geïnteresseerd bent, verwacht men misschien wel dat je zelf een beetje de handen uit de mouwen steekt?’

Margaux Dewitte
Margaux Dewitte

Margaux Dewitte: ‘De vraag is natuurlijk: hoe kan je je interesseren voor een beroep als je niet echt weet wat het inhoudt? Ik heb ook een dag met een notaris en een dag met een gerechtsdeurwaarder meegedraaid. Ik kon daar eigenlijk totaal niks uit afleiden. Behalve dat ik zeker wist dat ik geen gerechtsdeurwaarder wilde worden (lacht).’

Waren jullie voldoende gewapend om eraan te beginnen, toen de deur van de universiteit achter jullie dichtsloeg?
Kennis van het takenpakket van de notarisLD: ‘Nee, maar ik denk dat niemand dat gevoel heeft. Het notarisberoep komt aanvankelijk in alle vakken een beetje aan bod. Een stukje in personen- en familierecht, een stuk in verbintenissenrecht, een stukje in fiscaal recht, … De notaris duikt dus overal wel eens op, maar aan het eind van de rit worden de linken niet gelegd. Dat is spijtig.’

PV: ‘Daarover ben ik het met Laurence eens. Er zullen maar weinig afgestudeerden zijn die na de universiteit het gevoel hebben dat ze het beroep in de vingers hebben. Dat is misschien een boodschap voor de universiteiten: men zou misschien tijdens de academiejaren al wat meer praktijk moeten inlassen.’

MD: ‘Clausules correct opstellen, adviezen schrijven, … Het is inderdaad erg theoretisch wat je aan de universiteit leert. Ik had zelfs de schrijfstijl van mijn proffen en mijn handboeken bijna letterlijk overgenomen. Toen ik bij de NR kwam, heb ik mezelf moeten voornemen: stop met zo academisch te willen schrijven en zet je op het niveau van de mensen.’

48% van de ondervraagden vindt het notariaat nog altijd “te weinig modern”.
LD: ‘Ik was echt verbaasd over dit antwoord. Want het klopt helemaal niet. Het beeld van de oude man in een stoffige bibliotheek die een sigaartje rookt en van zijn whisky nipt…dat is zo compléét voorbij. Het notariaat is de laatste jaren gigantisch gemoderniseerd. De federatie doet constant inspanningen om het imago te verjongen. Kijk maar naar de site notaris.be, het jaarverslag, de videofilmpjes met de getuigenissen van jonge notarissen … .’

MD: ‘Misschien moeten we dat antwoord wel een beetje relativeren. “Het notariaat is overbodig” was ook een optie die ze konden aanduiden. Maar dat kreeg gelukkig weinig stemmen (lacht).’

PV: ‘Wat ook vaak vergeten wordt, is dat de notaris vandaag een manager geworden is. Als ik naar mezelf kijk: drie associés, dertien medewerkers… dat vraagt om personeelsbeheer, om efficiëntie en om een aangepaste structuur. De meeste notarissen leiden een kmo. Het management ervan komt allemaal bovenop ons gewone takenpakket. Dat zal in de toekomst, met de associaties, meer en meer zo gebeuren. Het kan ook niet anders: de maatschappij, de wetgeving en de administratie worden zo complex dat we naar dat soort samenwerkingen moeten gaan.’

De notaris blijft een belangrijke maatschappelijke rol vervullen
Nog een opvallend resultaat uit de enquête: volgens 21% van de studenten is de grootste kost bij de aankoop van een huis, buiten de aankoopprijs, het ereloon van de notaris.
LD: ‘Ik denk dat veel ligt aan de manier waarop een kantoor de kosten meedeelt. Vaak is dat, paf, één cijfer. Dan denken mensen natuurlijk dat dat allemaal voor de notaris is. Natuurlijk zitten daar, naast het ereloon, ook registratierechten, overschrijvingskosten, btw, … in dat naar de staat gaat. En niet naar de notaris.’

‘De commissie IKZ is bezig met het op punt stellen van kostenbladen. Die moeten meer inzicht geven in wie welk bedrag krijgt. Op die bladen staan drie kolommen: het ereloon, de werkingskosten van het kantoor en het deel voor de staat. Ik denk dat die onduidelijke communicatie over de kosten soms ook de vertrouwensband met de notaris schaadt. Door een puur misverstand.’

In dat opzicht ook: 19% van de rechtenstudenten vindt transparantie het belangrijkste punt waar alle juristen, los van het notariaat, werk van moeten maken. Liefst 63% vindt “het recht begrijpelijker en toegankelijker maken” een belangrijk werkpunt. Dat is een oud zeer dat al lang meegaat.
PV: ‘Absoluut. Het begint al met de akte op zich. Qua taal, tekst en duidelijkheid is die meer dan voor verbetering vatbaar. Vaak schrijven we clausules die zelfs juristen twee of drie keer moeten lezen vooraleer ze weten wat erin staat. Laat staan dat een burger die een keer om de vijf of tien jaar bij de notaris komt, dat begrijpt. Daarbij komt dat akten steeds langer worden en dat er meer clausules bijkomen die ingewikkelder worden.’

Peter Verhaegen

Wat moet daar aan gebeuren?
PV: ‘We moeten daar vanuit de federatie aan werken. Men is die oefening al aan het maken, maar je moet natuurlijk oppassen. Het blijft een evenwicht vinden tussen een klare en duidelijke akte en een volledige akte. Het moet ook juridisch correct zijn. Je mag hem ook niet te simpel maken, er mag geen discussie mogelijk zijn. En dat is niet evident.’

‘En dan is er nog een uitdaging voor de notaris en de medewerker: de complexe akte uitleggen in mensentaal. Wanneer vinden mensen dat ze een “goede” notaris hebben? Als hij het goed en gemakkelijk kan uitleggen, zodat ze het begrijpen. Dat hoor je vaak.’

LD: ‘Ja, helemaal akkoord. Het juist en begrijpelijk uitleggen is belangrijk in de menselijke benadering van je cliënt. Voor ons is het misschien het zoveelste dossier die dag, maar voor de cliënt is dat natuurlijk niet zo. Dus elk dossier moet je met waarde en respect behandelen. En zoveel mogelijk een oplossing op maat zoeken, natuurlijk.’

Evolutie van het notariaat over 15  jaar
Om af te sluiten: hoe gaat het notariaat evolueren? Binnen vijf of tien jaar?
LD: ‘Het notariaat is de laatste jaren al enorm geëvolueerd, met zaken als eDepot, eRegistration, eNotariaat, … en noem maar op. Ik denk dat die evolutie alleen maar gaat uitbreiden en versnellen. En we zijn op dat vlak al een voortrekker! Ook de verjonging van het beroep zal niet te stoppen zijn.’

PV: ‘Dat denk ik ook. Dat gaat de sleutel zijn voor jullie toekomst. Niet meer voor mij, wel voor jullie, jonge notarissen. De associatie, waarbij men taken en verantwoordelijkheden kan verdelen (IT, personeel, management, …), zal een enorme hefboom worden voor het beroep. Dat zal ervoor zorgen dat op termijn kleine kantoren meer en meer zullen verdwijnen. De notaris die op zijn eentje al die taken op zich neemt, dat kan bijna niet meer. De maatschappij is zo complex geworden, dat kan je alleen bijna niet meer bolwerken.’

MD: ‘De notaris evolueert mee met de maatschappij. Als die zo complex wordt, zal er steeds meer nood zijn aan specialisten ter zake.’

PV: ‘Vandaar dat we zullen evolueren naar multistandplaatskantoren. Verschillende notarissen zullen binnen provinciegrenzen met elkaar mogen associëren en daarbij beschouwd worden als één kantoor met hun eigen locatie. De kleine kantoren in dat geheel kunnen dan profiteren van de schaalgrootte en de faciliteiten van een groot kantoor. Dat wordt de toekomst.’


Methodologie van de enquête

Alle rechts- en notariaatsstudenten van de universiteiten van Leuven, Brussel, Gent, Hasselt en Antwerpen ontvingen de enquête in hun studiemailbox. Ze hadden 51 dagen de kans om deel te nemen. Na twee oproepen hebben 615 studenten de enquête volledig ingevuld. Dat is ongeveer 10% van alle rechts- en notariaatsstudenten van de Vlaamse universiteiten.


Tekst: Frederic Petitjean – Foto’s: Lies Engelen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s