Tijdcapsule. Jan Hautekiet over zijn nalatenschap.

Wat wil u doorgeven aan wie na u komt? Welke objecten zijn van onschatbare betekenis of waarde en zou u willen vrijwaren van de vergetelheid? Welke voorwerpen definiëren wie u bent? Notarius vroeg Jan Hautekiet vijf objecten te selecteren om in een tijdcapsule te stoppen voor de volgende generatie.

“Ik hou van mensen die sporen achterlaten”

Salon Diongre in Flagey, het voormalige bureau van de directeur van het NIR (het Nationaal Instituut voor de Radio-omroep, de voorloper van de VRT). Met daarin nog de originele – en intussen een beetje wankele – meubelen uit de jaren dertig. Op die symbolische en geklasseerde plek spreken we af met radio- en pianoman Jan Hautekiet, die vijf voorwerpen voor zijn tijdcapsule in een papieren winkeltas heeft meegebracht. Geen dure objecten, wel kostbare.

Voorwerpen zoals een metronoom. “Het is een Maelzel. Ik weet niet of dat de Rolls Royce onder de metronomen was, maar in mijn geest staat metronoom gelijk met dat merk. Het is een ijkpunt, zoals de kodak was voor fototoestellen. Hij staat samen met een moderne metronoom op mijn vleugelpiano in mijn bureau thuis, maar ik stel vast ik die in geen 40 jaar heb opgewonden. Ja, die toestellen moest je nog zowat om het kwartier opwinden. Het heeft iets heel tactiels. Vroeger was het verplicht om te oefenen met de metronoom. Zonder was ondenkbaar. Mijn kinderen hebben alle drie piano geleerd, maar ik herinner me niet dat ze een metronoom gebruikten. Nu oefenen ze veel meer ervaringsgericht, met stukken die de jongeren herkennen en daar valt veel voor te zeggen, natuurlijk.”

“Ik probeer óver de tijd te leven. Al jaren draag ik geen horloge meer. Met een minimum aan moeite weet je toch meteen hoe laat het is. Het is het verhaal van de Afrikaan die zegt: ‘Jullie hebben de klok, wij hebben de tijd’. Ik ben zeer tijdsbewust, maar probeer er niet van af te hangen. En toch dit horloge? Dat is de sentimentele waarde. Een tastbare herinnering aan mijn vader, die ik evenwel nooit heb gedragen. Het is geen fetisj. Het horloge heeft wel een dichte plaats bij mij op mijn bureau. Altijd in het vizier.”

“Úren, dágen heb ik met mijn Dinky Toys gespeeld. Ik had er twintig, dertig, misschien zelfs veertig. Later kwam er een variant op de Dinky Toys, de Corgi Toys. Die hadden wielen die konden draaien en vering, maar ze waren van plastic. De Dinky’s waren van ijzer, van Zamak (een legering van zink, aluminium, magnesium en koper), en oogden stoer. De Corgi’s waren van plastic en oogden prutserig. Waarschijnlijk was toen de chauffeur in mij al wakker, alleen had die toen nog geen rijbewijs. (lacht) Het is niet iets om fier op te zijn de dag van vandaag, maar ik rij heel graag met de auto. Het ontspant mij. Toen we 18 werden stond ‘auto’ voor ons gelijk aan ‘vrijheid’. Iets anders moesten ze ons niet wijsmaken. Daar kijken jonge mensen nu gelukkig toch anders tegenaan.”

Vraag aan iedereen die in de jaren zestig zijn communie heeft gedaan wat ze hebben gekregen en de kans is zeer groot dat er een ‘kodakske’ bij zit. Ik denk niet dat ik een fototoestel gevraagd had, maar dat was toen een standaardcadeau op je twaalfde, samen met een mooie vulpen en een fiets. Nu zit een fotoapparaat hierin (wijst naar zijn smartphone), dus waarom zouden kinderen wachten tot hun twaalfde om foto’s te leren maken? Je moest toen wel nadenken over elke foto, want elke foto kostte geld om ze te laten ontwikkelen. Het was een kwestie van goed nadenken, goed kadreren en één foto maken. Soms twee. Terwijl nu: klik-klik-klik-klik en we zien later wel wat we selecteren. De foto’s die ik met mijn kodakske maakte, bekijk ik af en toe nog eens… Meestal doe ik dat wanneer iemand me een jeugdfoto of zo vraagt, soms gewoon voor het plezier. Maar ik ben niet zo nostalgisch ingesteld. Kijken naar de tijd van toen, daar hunker ik niet naar. Ik probeer mij zo min mogelijk met dingen uit het verleden te omringen.”

En dus hou je geregeld grote kuis?
“De objecten voor de tijdcapsule zou ik nooit kunnen wegdoen, maar wellicht zou ik wat radicaler mogen zijn met mijn boeken en platen. Ik zit opgezadeld met een heel ouderwets, misschien zelfs dom concept. Ik geloof namelijk in de waarde van een collectie als geheel. Mijn boeken en platen beslaan drie muren in mijn huis, en zijn door de jaren heen een collectie geworden die iets over mij zegt, ook al heb ik die nooit verzameld met het oog op een collectie. En wat die collectie over mij zou kunnen zeggen, dat weet ik zelf ook niet helemaal zeker.” (lacht)

Wat heb je ooit weggedaan waar je nadien spijt van had?
“Alle klavieren die ik verkocht heb. Als ik vroeger iets nieuws wilde kopen, moest ik ter financiering telkens mijn oud klavier verkopen. Was ik toen vooruitziend geweest… Ik heb mijn schade wat ingehaald en mijn allereerste instrumenten teruggekocht. Van mijn eerste elektrische piano heb ik zelfs twee modellen gekocht. Toch ben ik er niet fanatiek mee bezig. Ik ben geen vintagefreak. Ik zou het misschien willen zijn, maar ik heb er de tijd en de gebetenheid niet voor. Mocht er aan plaats en tijd en middelen geen gebrek zijn, zou ik het wel niet onaangenaam vinden om een klein museum van klavieren rond mij te verzamelen.”

“Ken je het nummer Da Da Da uit 1982 van het Duitse Trio nog? Wel, het ritme dat daaronder loopt, dat komt van dit soort toestel, de Casio. Het is een mini-mini-minisynthesizertje en er zit ook een rekenmachine in. Wie verzint het? Dit was het begin van het digitale tijdperk en de miniaturisering. Dit kleine ding, daarvan dachten wij: ‘Dit is het wondermiddel’. Zo is het ons wellicht ook verkocht, als een miraculeus toestel waarmee je overal en altijd muziek kunt componeren. Er zaten ritmes in en klankjes, terwijl die kleine toetsen maakten dat je wel op een andere manier moest spelen. Samen met drie collega’s van de VRT hebben we toen een kwartet gemaakt van Casio’s waarmee we Mozart en zo speelden. We noemden onszelf Los Casios.” (lacht)

Is het belangrijk om sporen achter te laten?
“Ik ben er niet bewust mee bezig, maar ik hou wel van mensen die sporen achterlaten. Ook al zijn die niet tastbaar. Er zijn mensen die onuitwisbare sporen op je achterlaten door wat ze doen en wie ze zijn. Omdat ze danig indruk op je maken. Ik vind dat je mag nastreven dat je iets betekent, al is het voor je kleine omgeving.”



Wie is Jan Hautekiet?

Hautekiet (59) is momenteel presentator van het naar hem genoemde debatprogramma op Radio 1 (dagelijks tussen 9 en 10 uur). Tussen 1993 en 1999 presenteerde hij ook al een naar hemzelf genoemd verzoekprogramma, Hallo Hautekiet, op Studio Brussel. Van laatstgenoemde zender stond hij in 1983 mee aan de wieg. Jan is een radioman.

Nog meer dan achter de microfoon, zit Hautekiet achter het klavier. Geen muziekgenre is hem vreemd. Hij speelde samen met Jean Blaute, Philip Catherine, The Scabs, Axl Peleman, Jan De Wilde… Maar vooral met Patrick Riguelle en Rick de Leeuw. In het najaar van 2015 herneemt hij met Riguelle zijn ode aan Jacques Brel. Begin 2016 staat hij op de planken met God Only Knows, een zoektocht naar de relatie tussen popmuziek en religie. Jan is een pianoman.


Tekst: Dirk Remmerie – Foto’s: Thomas De Boever

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s