“Winnen geeft een kick”

Sprintster Yasmine Gharafi gaat voor goud op de 60 m indoor

Volgens het cliché is deelnemen belangrijker dan winnen. Niet zo volgens Yasmine Gharafi, medewerkster bij de geassocieerde notarissen Van Tricht & De Wispelaere én sprinttalent op de 60 meter indoor. “Ik kan er niet mee leven om in de tweede helft van de eindtabel te staan. Ik moet minstens bij de eerste tien eindigen, en liefst van al winnen”.

Jong geleerd
Al op jonge leeftijd werd duidelijk dat Yasmine aanleg had voor atletiek. “Ik was vijf toen ik een keer mee mocht naar de voetbaltraining van mijn vier jaar oudere broer. Toen bleek dat ik sneller kon lopen dan die oudere jongens, heeft de trainer mijn vader attent gemaakt op mijn kunnen.” De bal ging pas echt aan het rollen toen Yasmine de eerste cross waaraan ze deelnam, een regionale scholencross in Antwerpen, won. Toen moedigde de turnjuf haar ouders aan om te investeren in haar talent. Ze werd lid van de atletiekclub ‘De Rode Loop’ in Olse Merksem en sleet daar haar jeugdjaren tot cadet. “Elk weekend trokken we met de club naar wedstrijden in heel België. Samen met de clubvriendinnen op stap, dat was altijd erg gezellig.” Toch wist ze al snel dat veldcross niet haar ding was. “Te koud.” De 60 m indoor zou haar favoriete nummer worden. “Dat is de sprint in zijn meest zuivere vorm. Je hebt geen invloeden van buitenaf. Alleen pure, fysieke kracht op de baan.”

Trainingsbeest
Na enkele clubwissels is Yasmine vandaag lid van de Oost-Vlaamse atletiekclub in Lebbeke. Zes dagen op zeven vind je haar ofwel in de fitnesszaal voor powertraining ofwel op de atletiekpiste voor snelheids- en tempotrainingen. Ná de werkuren welteverstaan, want een topsportstatuut heeft ze niet. “Dat interesseert me niet echt. Ik wil niet afhankelijk zijn van de Vlaamse Liga. Atletiek blijft in de eerste plaats een hobby, al ben ik wel erg competitief ingesteld (lacht). Ik vind het wel leuk om als niet-topsporter op de Vlaamse en Belgische Kampioenschappen aanwezig te zijn, om als werkende mens in een dergelijke finale te staan.”

De laatste jaren gaat het Yasmine voor de wind. Vorig jaar veroverde ze brons op het Vlaams Kampioenschap bij de 60 m indoor en eindigde ze als vierde op het Belgisch Kampioenschap. Toen besefte ze voor het eerst dat de overstap van de subtop naar de top haalbaar was. “Het was best moeilijk om die mentale klik te maken. Aan jezelf toegeven dat je goed bent, betekent ook een risico nemen; de ontgoocheling bij verlies is dan immers extra groot.” Hoe gaat ze om met een tegenslag? “Dan ga ik nog harder trainen (lacht). Ik ben nu 28 en heb me nog nooit zo sterk gevoeld.

“Ik heb dan ook nog nooit zo hard getraind. Mocht ik daar op jongere leeftijd mee begonnen zijn, op 16 of zo, dan had ik dat nooit volgehouden.”

Professionele aanpak
Vanwaar die vooruitgang de laatste jaren? “Dat is dankzij een professionelere aanpak. Het is mijn trainer Yves De Rop die me de afgelopen drie jaar naar dit niveau heeft gebracht. Zijn inzichten, schema’s en ideeën over lopen komen overeen met de mijne. Door zijn persoonlijke aanpak voel ik me goed op training en kan ik presteren.”

Wedstrijdritueel
“De dag van een wedstrijd volg ik steeds hetzelfde ritueel. Als ontbijt eet ik vers fruit, een of twee boterhammen met choco en een sportshake. Daarna komt mijn trainer me thuis ophalen. De rit naar de wedstrijd moet samen gebeuren. In de auto overlopen we alles nog eens en net voor de wedstrijd geeft hij me nog een korte peptalk.

“Eenmaal achter het startblok, doe ik nog een gebedje en ben ik 100% gefocust.”

Werk en hobby
“Het is niet altijd eenvoudig om mijn job en passie te combineren. Soms kan het op kantoor erg hectisch zijn. Als ik gestrest ben op het werk, dan weerspiegelt zich dat ook in mijn training.
Maar het zwaarste is het gebrek aan rust. Ik werk elke dag tot vijf uur. Van zeven tot half tien ga ik trainen en ik kruip vaak pas rond half twaalf in bed. Als de wekker dan om zeven uur ‘s ochtends afloopt, dan doet dat wel eens pijn (lacht). Dat maakt natuurlijk het verschil met topsporters die wél overdag kunnen trainen. Gelukkig houden mijn werkgevers wel rekening met mijn ambities. De collega’s volgen mijn prestaties en voor kampioenschappen mag ik verlof nemen. Ik heb minstens twee dagen nodig om me voor een kampioenschap voor te bereiden. Dan neem ik volledige rust. Ik slaap lang uit, ga naar de kapper, naar de kinesist, kruip op tijd in bed, … Ik ben dan vooral mentaal met niets bezig.”

Is er dan nooit tijd voor vakantie? “Normaal wordt er in oktober niet getraind. Maar ik neem maximum twee weken rust. Ik kan niet stilzitten. En tweemaal per jaar, in de paas- en herfstvakantie, ga ik een week op stage in Vittel. Dan trainen we twee keer per dag. Maar dat telt niet als vakantie zeker? (lacht)”

Wat brengt de toekomst?
“Ik heb nog nooit overwogen om ermee te stoppen. Elke training is nog steeds een uitdaging, geen opoffering. Zeker nu ik de laatste jaren vooruitgang boek en ik weet dat ik nog fel kan verbeteren, is stoppen nog geen optie. Ik wil mijn persoonlijk record verbeteren en wedstrijden winnen.“_

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s