Samen aan hetzelfde zeel trekken

Een interview met Jan Sap en Karel Van Eetvelt (Federatie van Vrije Beroepen en Unizo).

PER_1522-3
Jan Sap en Karel Van Eetvelt

De Federatie van Vrije Beroepen is een onderdeel van Unizo, maar hoe verhouden jullie je precies tot elkaar?
Jan Sap: “Wij zitten in hetzelfde gebouw en werken heel nauw samen, maar vanuit de vrije beroepen is er altijd het gevoel geweest dat er nood was aan een aparte aanpak en een apart kader. Dit vooral door de wat andere specificiteit van onze beroepscategorie, waarin zaken als bijvoorbeeld deontologie en beroepsgeheim soms heel belangrijk zijn. En dat is toch wat afwijkend van de “klassieke” ondernemingen.”

“Wij zijn dus een aparte vzw met een aparte raad van bestuur, maar alle Unizo-leden die vrije beroeper zijn, zijn ook lid van de Federatie. We hebben ook een aparte staf, maar die werkt uiteraard in tandem met de staf van Unizo.”

Karel Van Eetvelt: “Het is belangrijk dat de vrije beroepen, die toch een gewichtige rol spelen in de samenleving, mekaar kunnen ontmoeten en kunnen overleggen. Maar tegelijk zijn dit ook ondernemers, dat mag je niet vergeten. Het zijn ondernemers die in een gelijkaardig kader werken qua deontologie en die met gelijkaardige problemen geconfronteerd worden. Het is dus goed dat er zo’n structuur bestaat binnen het grotere Unizo-geheel.”

Jullie hebben begin dit jaar een nieuwe huisstijl doorgevoerd. Waarom?
JS: “Het is meer dan een huisstijl, hoor. We hebben een strategisch onderzoek gedaan vorig jaar en daaruit bleek dat we het eigenlijk best eenvoudig houden. Vroeger waren we de FVIB, de Federatie van Vrije en Intellectuele Beroepen, maar niemand wist eigenlijk goed waar die “Intellectuele” precies voor stond (lacht). Daarnaast zagen we toch ook dat ons aanbod toch vooral op de klassieke vrije beroepen was toegespitst. We hebben dan die “I” laten vallen en onszelf omgedoopt tot eenvoudigweg Federatie voor Vrije Beroepen.”

Hoeveel procent van de Unizo-leden zijn vrije beroepers?
KVE: “Dat zit over de twintig procent en dat stijgt ook al tien jaar. Dat is dus een zeer belangrijk onderdeel. Daarom dat ze plaats moeten hebben om hun eigen ding te kunnen doen, maar ook dat er integratie moet zijn met de andere ondernemers. De structuur zoals hij nu is, is eigenlijk ideaal: de vrije beroepers hebben hun eigen plaatsje, maar tegelijk kunnen ze meegenieten van de schaalvoordelen die Unizo meebrengt, bijvoorbeeld qua juridische ondersteuning, qua marketing, qua economische studiedienst, noem maar op.”

JS: “Wij versterken mekaar, dat is duidelijk. Ook de kennis die in onze federaties aanwezig is en het niveau van de studiediensten, dat is soms zeer indrukwekkend. Als ik dat zo zie bij de advocaten en de accountants,  de medische wereld en zeker ook bij de notarissen… dat zijn soms zeer stevig uitgebouwde diensten. Wel, dat staat ook allemaal ten dienste van het grotere geheel. En uiteraard zal Karel ook onze grote dossiers meenemen als er onderhandelingen zijn of contacten met de politiek.”

KVE: “Wij hebben bij Unizo ongeveer 125 beroepsorganisaties en 23 daarvan zijn vrije beroepen. De vrije beroepen zijn ongetwijfeld de meest professioneel georganiseerde verenigingen.”

PER_1491

Wat zijn momenteel de grote moeilijkheden waar een ondernemer of vrije beroeper mee geconfronteerd wordt?
JS: “Administratieve rompslomp, dat is toch stilaan tot een “evergreen” aan het uitgroeien, iets waar we in dit land blijkbaar maar niet vanaf geraken. In de regeringsverklaring wordt alweer beloofd om daar iets aan te gaan doen, ik kijk nu al met spanning uit naar het resultaat.”

KVE: “Samen met de belastingdruk is de overvloed aan reglementering inderdaad een serieus pijnpunt. Bij de vrije beroepen speelt dat zelfs dubbel. Enerzijds worden zij er zelf mee geconfronteerd in hun eigen onderneming en anderzijds ook nog eens als adviseur voor andere bedrijven, waar ze dikwijls de rompslomp voor hun cliënten mee moeten helpen oplossen. Notarissen, ook al als uitvoerders voor de overheid, weten ongetwijfeld waar ik het over heb.”

Wat moet er dan gebeuren om die stroom van regels, wetten en decreten in te dijken?
KVE: “Het probleem is, denk ik, dat veel van die regels met de beste bedoelingen gemaakt zijn, maar vooral gericht zijn op die ene uitzondering die ooit eens een regel heeft overtreden. En als dan puntje bij paaltje komt, zie je dat die nieuwe wet zelfs tegen die uitzondering niet opgewassen is (lacht).

Maar tegelijkertijd worden wel de 99,99% andere ondernemers, die het goed menen, allemaal serieus gekoeioneerd.

“De toegevoegde waarde van veel wetgeving is vaak nihil. Het kost enorm veel werk allemaal en het zorgt alleen maar voor frustratie. Ik denk dat de mentaliteit rond wetgeving moet veranderen. We moeten niet elk probleem met een regeltje aanpakken, maar wel een breder en duidelijk kader scheppen binnen de samenleving over hoe we de zaken willen aanpakken. Ik denk zelfs dat de vrije beroepen en zeker het notariaat heel goed geplaatst zijn om de overheid naar zo’n werkwijze te helpen overstappen. En ja, natuurlijk moet dat kader ook bewaakt worden, maar de mentaliteit van de laatste twintig, dertig jaar om alles in een wet of een regel te gieten, daar moeten we vanaf.”

Een gebrek aan rechtszekerheid is nog zo’n vaak gehoorde verzuchting.
JS: “Absoluut, dat leidt tot heel veel onbehagen. Niet alleen omdat er door de overheid vaak teruggekomen wordt op eerder gemaakte afspraken, maar ook omdat de uitleg die je dan te horen krijgt heel dubbelzinnig of zelfs compleet verwarrend is.
Neem nu de liquidatiebonus of de regeling op de bedrijfswagens, dat is heel moeilijk uit te leggen en ondergraaft de stabiliteit.”

PER_1495

KVE: “Het beleid zou af moeten stappen van “regeren tegen symptomen”. Er wordt te veel ter plaatse gespeeld en te weinig vooruitgekeken om echte problemen in te schatten, de vergrijzing bijvoorbeeld om er maar één te noemen. En dan blijkt dat men te laat geanticipeerd heeft en dat het probleem herleid wordt tot een budgettaire discussie: wie gaat de factuur betalen?”

Iets anders: hoe is de relatie met het notariaat en de KFBN?
JS: “Die is zeer goed, denk ik. We hebben heel veel overleg, er is een heel open communicatie, formeel én informeel.”

KVE: “Ik denk dat de KFBN een van de federaties is waar we het meest contact mee hebben.”

JS: “Een van de belangrijke dossiers waar we in hebben samengewerkt, is het nieuwe wetboek economisch recht, waarin een apart boek is voorzien voor vrije beroepen. We hebben daarvoor heel veel vergaderd, onder andere met de studiedienst van het notariaat, en samen teksten opgesteld.”

“Ook in andere dossiers zie je dat we mekaar goed kunnen aanvullen. Nog iets wat ik zeker wil vermelden, is de digitalisering van het beroep. Hoe het notariaat dat heeft aangepakt, dat is echt een voorbeeld voor de andere federaties.”

KVE: “Ik denk dat daar nog altijd de vruchten geplukt worden van het werk van Karel Tobback. Hij stelde de juiste vraag. Niet: hoe ziet de notaris er vandaag uit? Maar wel: hoe ziet de notaris er morgen uit en wat zal dan zijn taak zijn? Als antwoord zijn er toen krachtlijnen uitgetekend die soms uniek in de wereld waren. Er werd duidelijk aangetoond dat de notaris in de toekomst nog een meerwaarde kan vormen. En door dat te doen, is het notariaat er in geslaagd een zeer sterke plaats in de samenleving te pakken te krijgen. Dat is volgens mij een belangrijk keerpunt geweest.”

Profileert de notaris zich voldoende richting ondernemers?
JS: “Hij moet zich vooral focussen op waar hij goed in is. De rechtszekerheid die zo belangrijk is voor ondernemers, die kan de notaris leveren. En dat mag hij gerust uitspelen: als je bij ons komt, zal het juist zijn. Als tweede denk ik dat ook de kostentransparantie zeker meer naar voor geschoven mag worden, de notaris heeft daar het voordeel dat hij met vaste tarieven werkt, dat mag gerust uitgespeeld worden.”

PER_1462

KVE: “Ik denk dat de meeste notarissen zeker uitstekend werk leveren, maar ze moeten in de toekomst durven te kijken om nog meer adviseurs te worden, denk ik. Hij hangt nu nog wat te veel vast aan zijn wettelijke taak van akten opstellen en dergelijke. De samenleving wordt almaar complexer, cliënten hebben almaar meer en beter advies nodig. De notaris zou die rol gerust proactief mogen opnemen. Dus zelf naar een ondernemer-cliënt stappen en zeggen: “Zeg, er komt een nieuwe wet aan, zou je dat of dat niet zus en zo doen?”. De vertrouwensband met de meeste cliënten is zeer sterk, hij mag dat gerust zo “verkopen”, dat is in zijn belang en in het belang van de cliënt.”

JS: “Ik denk dat door die complexere wereld er ook nog meer met andere beroepen samengewerkt zou moeten worden. Je mag van niemand meer verwachten dat hij alles weet, dat kan gewoonweg niet meer. Dus: meer samenwerken met accountants, adviseurs, milieudeskundigen, dat zit er aan te komen. Iedereen moet van zijn eilandje af.”

PER_1485

PER_1487

 

Foto’s: Denis Erroyaux – Tekst: Frederic Petitjean

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s